Søren Kierkegaard (1813 - 1855) heeft in de twintigste eeuw vooral naam gemaakt als filosoof, theoloog en als christelijk schrijver. Buiten Denemarken is hij minder bekend als grootmeester op het instrument van zijn moedertaal, als ethicus en o.m. als toneelcriticus. Dat hij ook op dit gebied onovertroffen was, blijkt niet alleen uit zijn literaire hoofdwerken als 'Het een of het ander' (1843) of uit 'Stadia op de levensweg' (1845), maar ook uit deze twee kleine verhandelingen over Mevr. Luise Heiberg en Joachim Phister.
Fru Heiberg was de top-actrice van het Kopenhaagse Koninklijk Theater. Kierkegaard beschrijft hier hoe resp, een actrice en de domme toneelkritiek (die geen notie heeft van esthetica) omgaan met de onverbiddelijke veroudering waaraan elke actrice vroeg of laat ten prooi valt. Wat een loflied wordt op Luise Heiberg 'eeuwige jeugd', is tegelijk een dodelijke satire op de incompetentie van de theatercritici van die dagen.
Joachim Phister was in de ogen van de schouwburgmaniak die Kierkegaard steeds is geweest, één der grootste komieken in de Deense toneelwereld. Hij observeert hem hier in de sublieme vertolking van de permanent halfdronken Kapitein Scipio, een corpulente officier van de Zwitserse Garde in het Vaticaan.
Kierkegaard left the task of discovering the meaning of his works to the reader, because "the task must be made difficult, for only the difficult inspires the noble-hearted". Scholars have interpreted Kierkegaard variously as an existentialist, neo-orthodoxist, postmodernist, humanist, and individualist.
Crossing the boundaries of philosophy, theology, psychology, and literature, he is an influential figure in contemporary thought.... Show more